INHOUDSOPGAVE:
Nooit
begrijpen (Luc. 21:5-38)
De rijke man en de
arme Lazarus (Luc. 18:19-31)
Blinden gaan zien (Luc. 18: 35-43)
Brood des levens (Joh. 6:22-59)
Christenen
voor christenen (Matth. 25:34-40)
Misschien denk jij dat Ik hier kom
om sjaloom
aan jou te brengen.
Maar nee, Ik keer jouw wereld om;
zelfs Mijzelf zal Ik jou geven.
Mijn Vader zul jij nooit begrijpen.
Denk jij dat jij – als jij je best
doet -
zelf je Vader kunt bekoren?
Dan zeg Ik dat jij het nooit goed
doet;
uit jezelf ben jij verloren.
Zul jij Mij dan echt nooit
begrijpen?
Schuil jij dicht bij Mij,
zoek jij kracht in Mij,
word jij één met Mij,
dan pas ben jij van Mij.
Aan woorden zonder daden heb Ik
niets;
Ik bèn
jouw Alpha en omega.
Als jij je leven nu aan Mij verliest
en tegen al het kwade in gaat,
geeft Mijn Geest jou iets van
“begrijpen”.
Begrijp jij echt wat Ik bedoel
met dat Ik géén
sjaloom kom brengen?
Besef jij wel wat Ik hier voel,
nu Ik Mijzelf aan jou kom geven?
Ach nee, jij zult het nooit
begrijpen.
Schuil jij dicht bij Mij,
zoek jij kracht in Mij,
word jij één met Mij,
dan pas ben jij van Mij.
Treur jij om al die nare dingen
die vandaag de dag gebeuren?
Kun jij slechts klaagliederen
zingen,
omdat niets jou op kan beuren?
Wil jij Mijn Vader wel begrijpen?
Lied naar Luc. 21:5-38,
Mel.:
Groter dan ons hart
DE RIJKE MAN EN DE ARME LAZARUS
Bij het huis van de rijke man
Lig ik in mijn armoe’.
Mij iets geven is hij niet van plan;
Ik doe er voor hem niet toe.
Bij mijn
huis ligt een arme man;
Ik weet nog
net zijn naam.
Profiteren, dat
is zijn plan.
Hij ligt
steeds recht voor mijn raam.
------ -----
----- ----- ----- -----
Na mijn sterven kom ik terecht
In Abrahams schoot.
Op aarde ben ik genoeg geknecht;
Mijn leven start na mijn dood.
Ik schrik wakker en heb het heet;
Ik besef: ik
ben dood!
Op aarde
kende ik geen leed,
Maar nu ben
ik in nood.
Aan de
overkant zie ik Abraham
En kijk…
Lazarus ligt in zijn schoot!
Als ik nu
maar even bij hen kwam…
Maar die
kloof is zo groot!
Daarom vraag
ik of Lazarus
Mijn broers
waarschuwen mag.
Het vuur
hier raakt nooit uitgeblust;
Als hij hen
toch redding bracht?!
------ -----
----- ----- ----- -----
Abraham
echter antwoordt mij
Dat dit
simpel niet gaat.
Gods Woord
immers hebben zij;
Er is niets
beters dat bestaat.
Ik erken dat
ik gezondigd heb,
De straf is
terecht,
Het
evangelie is Waarheid, geen nep;
En zelfs het
hellevuur is echt.
------ -----
----- ----- ----- -----
Wanneer u
dit leest en denkt:
“Hoe kom ik
goed terecht?”,
Besef dan
goed wat God u schenkt
Als u komt
tot Hem “echt”.
Immers,
bekering is een bewuste keus,
Bidt dus
gerust een gebed.
Is dit de
dag dat ook uw leus
Wordt: “Ik
ben gered!”?
Bijpassende tekst: Lucas 18:
19-31
BLINDEN GAAN ZIEN
Mijn naam is Bartimeus,
mijn leven is een crime.
Ik kan niet
zien - 'k ben blind - dus
'k heb geen geluk verdiend.
Maar toch... ik kan wel
horen
en de mensen om mij heen
gaan zich nu steeds meer storen
aan een man die Jezus heet.
Ik hoor hen nu ook juichen
en vraag hen wat er is.
Ik voel dat
ze zich neerbuigen
en in mijn duisternis
besef ik dat het licht wordt
als Jezus mij bij Zich
roept.
Als ik mij
aan Zijn knieën stort,
klinkt uit mijn mond een
roep:
"Ik kan zien, beste mensen!
Mijn Jezus, ik kan U zien!"
Dat is wat ik u ook wil
wensen:
genade, onverdiend...
BROOD DES LEVENS
Hij is het Brood des levens,
Hij is de smalle Weg.
Hij offerde Zijn leven,
De mens gooide Hem weg.
De Steen werd door de bouwers
Als d’ Erfgenaam gedood.
De Hoeksteen bleek bij ’t bouwen
Het ware Levensbrood.
Dit Brood is niet als aards brood;
Het is veel meer dan dat,
Want ons brood lenigt één nood:
De honger stad voor stad.
Het ware Brood brengt vreugde,
Geluk, vrijheid en vriendschap.
Wie zich hierin verheugen
Zien Zijn Rijk stap voor stap.
Ooit hoop ik voor mijn vrienden
Tot zeek’re
steun te zijn,
Want zonder deze vrienden
Was ’t leven minder fijn.
Zo mogen wij als christ’nen
Het Brood zijn op de aarde;
Zo mogen wij gaan zaaien
In Vaders wijngaarde.
Zijn wij dan goede vruchten,
Zijn wij als zout en licht?
Ontheemden en gevluchten,
Zien wij hun aangezicht?
Doen wij als ledematen
Steeds wat het Hoofd ons vraagt?
Zijn wij de goede vrienden,
Als onze vriend dat vraagt?
Lied naar Joh. 6:22-59,
Mel.:
Rijst op, rijst op voor Jezus (Opwekkingsbundel)
Stampende
laarzen klinken vijf jaar lang.
Miljoenen
mensen worden doodsbang.
Duizenden
mensen zetten zich in
om hèn te redden: man vrouw en kind.
Stampende
laarzen, gas en een kruis.
Miljoenen
mensen voelen zich niet thuis
in Auschwitz en elders, maar is dat zo vreemd?
Ontvoerd
door de nazi's, daadwerkelijk ontheemd...
Ook nu
zijn er nog steeds de stampende laarzen;
soms heel
ver weg, soms zijn het je naasten.
Miljoenen
mensen voelen zich bang,
maar juist
ook die angst ontneemt lust tot zang.
Denken wij
aan Bosnië of het Midden-Oosten
dan zien
wij dat stampende mensen toch troosten.
Niet
iedereen, maar toch... er zijn er altijd,
die leven
op de Weg die naar het Leven leidt.
Stampende
laarzen... valt dat nog te rijmen
met Weg en
met Waarheid, met Leven vol dromen?
De mensen
die stampen – soms, nu, altijd, niet?
Maar hoe
dan ook: de daad doet verdriet.
Mensen die
geloven in een Weg van Waarheid
die voert
naar het Leven, ondanks pijn en strijd,
zij zullen
voortleven, in naam èn in tijd.
De oorlog
is over: Jezus heeft ons bevrijd!
Gedicht
bij herdenking doden Tweede Wereldoorlog
Bijpassende
tekst: Joh. 14:6
Sta op en neem je kruis,
Draag het achter Mij aan.
Verlaat nu haard en huis,
Zoals Ik je heb voorgedaan.
Sta op en neem dit teken
Van contact tussen jou en Mij.
Het zal de basis blijken
Voor het eind van de woestenij.
Sta op en toon de mensen:
“kruis en leed zijn niet gelijk”.
Voorlopig lijkt het wensen,
Maar Mijn kruis zèt
het leed te kijk!
Sta op en neem je kruis;
Ik droeg het al weg voor jou.
Je kruis, dat brengt je thuis,
Omdat Mijn Vader dat zo wou.
Sta op, ondanks je lijden –
Of misschien juist wel dankzij… -
Want Ik kwam jou bevrijden;
Je hoort immers bij Mij?!
Sta op en toon de mensen
De grootsheid van jouw kruis.
Aan het lijden zijn de grenzen;
Jouw kruis is geen dwangbuis.
Sta op en laat je tranen
Nog eens de vrije loop.
Ik leid immers jouw banen,
Als je in Mijn voetspoor loopt.
Sta op! Het is je lijden,
Waardoor je lijden blijft.
Laat Mij je nu maar leiden;
Ik heb ook jou ingelijfd!