PAAS CYCLUS
“GESTORVEN EN BEGRAVEN”
&
Romeinse hoofdman cyclus serie 1: Hosanna en gevangen pagina Paasgedichten
& Jozef
van Arimathea cyclus serie 2: Hoon en spot pagina Gedichten
(alg.)
& Rouwende
leerlingen cyclus serie 3: Kruisiging pagina Bijbelse gedichten
& Voorbereiding
balseming cyclus serie 4: Zeven kruiswoorden pagina Jezus’ offer
cyclus serie 6: Opstanding naar HOME PAGE
& 24. ROMEINSE HOOFDMAN
Op het moment dat nu Mijn ziel
Mijn Lichaam echt verlaat,
is dit wat de Romein ontviel:
Deze man was inderdaad
Degene Die men zei dat Hij was.
Hij liet de zon en maan verduisteren,
zodat er geen lichtstraaltje meer was.
Hij liet de aarde hevig beven
en toonde ons daarmee Zijn macht
over alle elementen.
Hij komt het einde van de nacht
ons precies nu inprenten.
Hij is dood, maar Hij blijft leven,
want Hij is God; dat geloof ik vast.
Zijn doodsstrijd duurde maar heel even.
Dat is wat mij zo heeft verrast.
God Zeus heeft ons in grote goedheid
bezocht, ons leven omgekeerd.
God redt ons door Zijn Zoon Die lijdt,
dat heb ik in dit uur geleerd.
Jozef, een van Jakobs zonen,
geloofde als een kind in God.
Hem wilde Ik dan ook belonen.
Met zijn droom redde Ik Mijn volk.
Jozef, de vader van Mijn Lichaam,
heel zijn leven werd door Mij bepaald.
Alles deed hij in Mijn Naam.
Zijn geloof werd door Mij vertaald
in een onuitspreekbaar teken
voor de mensheid als geheel.
Zijn geloof liet Mijn hart breken,
hem koos Ik als evenbeeld.
Jozef van Arimathea
was een mens vol van geloof,
die Mij volgde alle drie jaar
en Mij in zijn graftombe schoof.
Hij deed dit alles met verborgen
liefde voor Mij en Ik beloon
hem straks met gouden bergen
van Liefde als hij bij Mij woont.
De mens ziet nu enkel nog Mijn dood
en rouwt de hele sabbat lang.
Alle vertrouwen in hem is gedood,
satan maakt nu Mijn kinderen bang.
Dat is nu zijn enige wapen,
waarmee hij zich wreken kan
zolang Ik in Mijn graf blijf slapen.
We zien straks wat geloof bewerken kan.
Nu heerst de negativiteit.
Satan roept: "Hij heeft vast gezegd
dat Hij de Boom is vol van strijd?
maar Hij heeft nu wel het loodje gelegd.
Waarom zou je op Hem vertrouwen,
terugkijken naar wat is geweest?
Stel je niet aan, huil niet als vrouwen.
Hij heeft toch nooit eens meegefeest?"
Dan is het moeilijk hem te zeggen
dat hij net naast de waarheid zit,
het probleem bij hem neer te leggen,
waardoor Mijn kind met de brokken zit.
De vrouwen die zo lang bij Mij bleven
bereiden zich op hun martelgang voor.
Zij geloofden in Mijn eeuwige leven
en raken nu op een dwaalspoor.
Ze willen Mij de laatste eer brengen,
Mijn Lichaam balsemen naar het gebruik.
Mijn leven konden ze niet verlengen,
maar met de olieën in hun kruik
zullen zij zorgen voor Mijn Lichaam,
opdat het niet snel weerkeert tot stof.
Ze eren zo graag hun God, Mijn Naam
zal altijd op hun lippen zijn. Of
zouden zij Mijn Geest aanbidden
van de ziel die Ik hen gaf?
Zouden zij Mij zo beminnen
dat hun rouw het voorgoed begaf?
Ja, zo zullen zij Mij eren,
niet beseffende wat hen straks wacht.
Ik zal hun levens om gaan keren
aan het einde van hun nacht.