Ik geloof in God de Vader,
Die de hemel schiep en d' aard;
Die Zich aan ons openbaarde,
op de Horeb is ontwaard.
Hij is goed en Hij is barmhartig;
Hij kent ieder mens op zich.
Ook in God de Zoon geloof ik,
Die op aard kwam in een stal;
Die reeds in Zijn tijd, geloof ik,
't hart van vele mensen stal.
Hij kwam tot ons van de Vader,
voor mensen een welbehagen.
Jezus Christus heeft geleden
onder 't juk van deze aard.
Hoewel Hij was zonder zonden,
hing tussen hemel en aard.
Bijna kreeg de dood Hem toen in zijn macht,
maar dat duurde slechts één dag.
Want 't geschied' ten derden dage
dat Hij opstond uit de dood.
Elke zonde wordt vergeven.
Ja, Hij lenigt onze nood.
Door Zijn leven komt nu voor ons de tijd
God te loven in eeuwigheid.
Op de wolken voer toen Jezus
naar Zijn Vader op de troon.
Vandaar komt eens weer de Christus,
gevend ons een koningskroon.
Ik geloof dat Hij in Zijn Koninkrijk
heersen zal geen-mens-gelijk.
Ik geloof in God de Trooster,
Die ons als de Heil'ge Geest
leidt door alle smalle poorten
en ons voedt, kleedt en geneest.
Hij is bij ons in één christ'lijke kerk.
Onze eenheid is Zijn werk.
Mel.:
Eens als de bazuinen klinken – T. Naastepad
(Gezang
300 Liedboek der kerken)
Ik maak opnieuw de keuze:
‘k wil achter Jezus aan.
Dit is mijn levensleuze:
“God maakt voor mij ruim baan”.
Want slechts door U te dienen
Leef ‘k naar Uw wil, o Heer.
Eeuwig leven te verdienen,
Dat is als weg verkeerd.
U heeft Zich aan ons kruis gehecht,
U kiest ons telkens weer.
Ons leven, Heer, heeft U verlegd,
U brengt ons in Uw sfeer.
Genade door Uw waarheid
Heeft U ook ons gebracht.
Vanwege onze slechtheid
Werd U als Lam geslacht.
In antwoord op Uw keuze
Kies ik daarom voor U.
Mijn nieuwe levensleuze
Krijgt ruim baan, God, van U.
Want door mijn keus te delen
Met mensen om mij heen,
Kunt U steeds wonden helen,
Laat U ons niet alleen.
Mel.:
Laat ons de Heer lofzingen – Böhmische Brüder
(Gezang
409 Liedboek der kerken)
Eén vonkje is genoeg
Om vuur te doen ontbranden.
Toen jij eens naar Mij vroeg,
Was Mijn intocht op handen.
Jij vroeg Mij waar ik was, maar
Ik droeg jou al die tijd.
Ik was steeds daar
In jouw gevaar
En heb jou echt bevrijd!
Nu toon Ik jou opnieuw
Dat Ik je werk’lijk liefheb.
Ik maak jou weer als nieuw:
Een mens; dat jij Mij liefhebt,
Dat is wat Ik zou wensen;
Beantwoordt Mijn verbond.
Want jouw grenzen
Zijn voor mensen,
Maar niet voor Mij, jouw God!
Ik vraag je daarom weer
Mijn hand te willen nemen
En daaraan elke keer
Te gaan je weg van dromen.
Ik vraag je om te delen
Met mensen om jou heen
Wat Ik jou geef,
Waaruit jij leeft.
Ik laat jou nooit alleen!
Mel.:
It only takes a spark – K. Kaiser
“Kampt u met ziekte,
angst of pijn,
Laat Mij dan uw
Toevlucht zijn.
Breng al uw noden onder
’t kruis
En Ik breng u veilig
thuis.”
(refrein)
Ik zeg u:
“Vraag toch al wat u verlangt.
Geloof dat Ik u meer
geef dan u denkt.”
Ik zeg u: “Vraag toch
in geloof aan Mij
En
door Mijn Geest ben Ik u steeds nabij.”
“Verwacht u wonderen
van Mij,
Dan zeg Ik: vraag en Ik
zet vrij.
Reinig uw hart en laat
Mij werken,
Dan zal Ik u voorzeker
sterken.”
(refrein)
Ik zeg u:
“Vraag toch al wat u verlangt.
Geloof dat Ik u meer
geef dan u denkt.”
Ik zeg u: “Vraag toch
in geloof aan Mij
En
door Mijn Geest ben Ik u steeds nabij.”
“Ik geef u” – zo zeg
Ik, uw Heer –
“Vruchten in antwoord
op gebed.
Ja, groeien blijft u
meer en meer
Als u op Mij uw ogen
zet.”
(refrein)
Ik zeg u:
“Vraag toch al wat u verlangt.
Geloof dat Ik u meer
geef dan u denkt.”
Ik zeg u: “Vraag toch
in geloof aan Mij
En
door Mijn Geest ben Ik u steeds nabij.”
(mel.
Spirit, Holy Wind of God,
Opwekkingsliederen
391)