GEBEDEN
Vader
aller christenen,
In de hemel als onze Redder,
Laat ons allen U altijd loven,
U en Jezus, de goede Herder.
Vader, laat Uw Koninkrijk
Op aarde spoedig komen.
Maak dat uit ons handelen blijkt,
Dat we er niet alleen van dromen.
Zoals in de hemels steeds geschiedt,
Geschiede het ook hier beneden, Heer.
Vader, verlaat ons nu toch niet;
Geef ons Brood, te Uwer eer.
Vergeef ons, Vader, elke misstap
Die wij in ons leven begaan.
Wij rekenen dan elke klap
Die wij ontvingen onze naaste niet aan.
Vader, sta ons bij in elke poging
Te doen en laten wat U wilt.
Werk het kwaad, waardoor het misging,
Voor altijd weg, Heer, als U wilt.
Vader, Herder die ons leidt
In heel dit aardse leven; Heer,
Van U zijn kracht en heerlijkheid.
Voor eeuwig zij U macht en eer.
Mel.:
Abba, Vader –D. Billbrough
(Lied
160 Opwekkingsbundel)
God de Vader, wijs mij toch
Waarheen ik moet gaan.
Heer, Uw kracht begeer ik nog;
Wees toch met mij begaan.
Is de weg naar U bekend,
Vader, dan ben ik verheugd,
Want zolang ik U nog ken,
Ken ik altijd Uw vreugd.
Dank U, dat U mij steeds leidt
Op de smalle weg.
U, Heer, die mij hebt bevrijdt,
Blijf nabij heel die weg.
’t Aardse leven lijkt zo goed,
wanneer wij van Uw weg wijken;
maar Uw weg gaan, ja, dat moet.
Dat zal ooit eens blijken.
Als het ons eens lukken mocht
Heel ons leven lang
Te volbrengen deze tocht,
Heer, met lofgezang;
Als wij, Vader, voor U staan
Op de dag van uw oordeel,
Wees ons dan genadig, Heer.
Schenk ons van uw Rijk een deel.
Mel.:
Old and wise –Alan Parsons Project
Lieve Vader, genadig God,
schenk mij inzicht in Uw
gebod.
Help mij om een mens te
zijn
zoals U wilt voor mij.
Leer mij om U bij te
staan
en and’ren voor te gaan.
U weet wat ik nodig heb.
Wilt U mij dat geven,
Heer,
volledig tot Uw eer?
U, mijn Heer, bent die ‘k
nodig heb.
Deel U uit, Vader, aan
mij
en maak mij van het kwade
vrij.
‘k Beloof dat ik niet
boos op anderen blijf.
Nee, God, ik wil geen
kwaad.
Lieve Vader, genadig God,
schenk mij inzicht in Uw
gebod.
Help mij toch om niet te
doen
wat ‘k beter niet kan
doen.
Geef mij kracht om op te
staan,
om satan te weerstaan.
U, Heer, hebt het
voorgedaan.
Ik geloof, God, dat de
strijd
gewonnen is; de haat
is waarvan U mij heeft
bevrijd.
Ik wil U, mijn God, nooit
kwijt.
Help mij daarom dat ik
belijd Uw naam.
Mijn dank en mijn
aanbidding zijn voortaan
voor U, Vader, alleen.
RAAK ONS AAN
Mel.:
Vader, maak ons één (Opwekkingslied)
Vader, raak ons aan,
kom in ons bestaan
en bewerk dan, Heer,
dat wij telkens weer
naar U willen gaan.
Jezus is de Naam
waarin wij hier saam'
bij elkaar zijn, Heer,
en Die weg verteert
't kwaad; Heer, ik beaam.
Door Uw Geest, o God,
keert U om ons lot
en U leidt ons, Heer,
in de ware leer
dwars door hoon en spot.
Bruid van Uw Verbond
is de kerk in grond.
Als zij naar U hoort,
echt verstaat Uw Woord,
dan blijft zij gezond.
Eeuwig duurt 't geluk.
Niets kan ooit meer stuk.
Als mijn laatste uur
slaat; U kocht mij duur
vrij van elke druk.
Samen aan Uw voet.
Dankzij 't kostbaar Bloed
leven wij bevrijd
in de eeuwigheid.
Alles is weer goed...!
Mijn Vader, mijn God, ik
leg heel mijn “zijn” voor U.
U alleen bent mijn
Toevlucht, mijn Rots.
Slechts bij U vind ik
Licht in de donkere tijden;
bij U voel ik mij vrij om
te zijn.
Ja, Uw steun, God, en Uw
almacht
bepalen mijn leven.
Blijf bij mij, Heer;
sterk mij door Uw kracht.
Heer Jezus, mijn Redder,
'k leg mijn angst voor Uw voeten.
'k Breng mijn pijn en
verdriet hier bij U,
want U nam toch Uw kruis,
Heer, met daaraan mijn zonden.
U gaf mij weer de kans
mens te zijn.
Ja, Uw steun, God, en Uw
almacht
bepalen mijn leven.
Blijf bij mij, Heer;
sterk mij door Uw kracht.
Heil'ge Geest, God,
schenk mij toch van Uw levensadem.
Leer mij doen wat U
vraagt van de mens,
want slechts als U in mij
bent word ik voorbeeld voor and'ren.
Als Uw kracht stroomt
voel ik mij zo vrij.
Ja, Uw steun, God, en Uw
almacht
bepalen mijn leven.
Blijf bij mij, Heer;
sterk mij door Uw kracht.
Mel.:
Heer, waar bent U?,
(lied 330
Bundel Joh. De Heer)
Als ik mij afvraag, Heer, waar bent U nu?
Als ik het niet meer zie, Heer, waar bent U?
Als mij de angst bekruipt,
Onmacht mijn hart besluipt,
Als ik onzeker word, Heer, waar bent U?
Als ik mij zorgen maak, Heer, waar bent U nu?
Als ik vertwijfeld raak, Heer, waar bent U?
Als ‘k om mij heen kijk, Heer,
En ik zie keer op keer
’t leed van de naaste weer, Heer, waar bent U?
Als ik geen woorden vind, Heer, dan komt U,
Als wanhoop bijna wint, Heer, dan komt U.
Als ik maar praten kan
En één begrijpen kan
Dat hij mij steunen kan, Heer, dan komt U.
Woorden zijn niet genoeg, Heer, dat weet U.
Als één dat oversloeg, Heer, dan weet U
Wat er dan nog aan schort.
Komt ooit een mens tekort:
Die ene laddersport, Heer, dat bent U!
Mel.:
In het begin – H. Lam (Alles wordt nieuw)
Wie geeft mij kracht om
mijn leven te leven?
Wie geeft mij kracht om
mezelf te zijn?
Wie geeft mij kracht om
aan and'ren te geven
wat voor die ander goed
zal zijn?
Wie mag ik vragen om bij
mij te blijven?
Wie mag ik vragen om
sterk te zijn?
Wie mag ik vragen aan
and'ren te tonen
dat die zijn liefde waard
mag zijn?
God geeft mij kracht om
mijn leven te leven.
God geeft mij kracht om
mezelf te zijn.
God geeft mij kracht om
aan and'ren te geven
wat voor die ander goed
zal zijn.
God mag ik vragen om bij
mij te blijven.
God mag ik vragen om
sterk te zijn.
God mag ik vragen een
ander te tonen
dat die Zijn liefde waard
mag zijn.
Als God mij kracht geeft,
voel ik van binnen
serene rust, die kalmeert
en verschoont.
Als God mij kracht geeft,
gaat het beginnen;
dan voel ik echt dat Hij
in mij woont.
Dank U, mijn God, dat U
mij lief wilt hebben.
Dank U dat U mij een
Vader wilt zijn.
Dank U dat wij in Uw Zoon
iemand hebben,
die door Uw Geest ons
laat zien wie wij zijn.