PASTORAAT
(2)
Mel.: I know Him so well – Eileen
Page
Ben je in een oorlogstijd
geboren?
Kreeg je van je vader
altijd slaag?
Of werd je - als je had
verloren -
telkens door je trainer
weggejaagd?
Wilden al je vrienden
ruzie maken?
Voelde jij je ongewenst
als kind?
Dan kon je al vroeg
kennis maken
met de haat die liefde
overwint.
Heb je lief wie jou haat,
dan stroomt jouw vrede
recht uit je hart.
‘t Is nooit te laat,
dus toon je liefde,
maak wit van zwart!
Kun je er met niemand
over praten,
dat je denkt dat jij er
niet mag zijn?
Blijf jij de mensen
grondig haten
om ‘t verdriet, dat
ongeluk, die pijn?
Weet dan dat je zelf je
lot kunt keren
- hoewel ik weet: ‘t is
makkelijk gezegd -
en dat je ‘t anderen kunt
leren.
Houdt jezelf maar voor:
ik bèn het echt!
Heb je lief wie jou haat,
dan stroomt jouw vrede
recht uit je hart.
‘t Is nooit te laat,
dus toon je liefde,
maak wit van zwart!
Mel.:
When I survey the wondrous cross – E. Miller
(Gezang
192 Liedboek der kerken)
Het is zo donker om mij heen
nu 't licht mijn ogen niet meer vult.
Ik voel mij soms zo diep alleen,
in dichte eenzaamheid gehuld.
Nog altijd lijkt het niet genoeg.
Waarom, o God, komt er nog meer?
't Is niet dat ik berouw van U vroeg,
maar waarom voel ik 't lijden weer?
Wat blijft er van mij over, God,
wanneer mij al mijn zinnen ontvallen?
Waar is Uw zege over het lot?
Kunt U mij zomaar laten vallen?
Toch weet ik dat – ook om mij heen -
mijn vrienden over mij zich ontfermen.
Ik weet: U laat mij niet alleen;
U toont door hen mij Uw erbarmen.
Dat is de een'ge kracht die telt.
'k Vertrouw dat – ondanks alles – mijn leven
in Uw ogen zeker meetelt.
Ook na de nacht mag ik leven.
Geeft U, mijn Vader, dan 't geloof
om op Uw liefd' te blijven hopen.
Al ben ik nu door lijden verdoofd,
eens zal ik vóór U rondlopen!
Jarenlang koos ik mijn leven te leven,
afgezonderd van de mensen die om mij heen
misschien zelfs probeerden hun liefde te geven,
maar ik bleef volharden en bleef maar alleen.
Geloven in vriendschap is niet zo eenvoudig,
dus kan een mens kiezen voor afzondering.
Die tijd is voorbij nu, dat maakt me gelukkig,
maar het is ook een les: een mens is géén eenling.
God heeft ons geschapen om samen te leven,
samen te werken en samen te zijn.
Waarom zouden wij dan Hem niet dat geven
waartoe Hij ons roept? Dat voorkomt zoveel pijn...
Ik bid nu om kracht voor de mens die alleen is
- hetzij zelf gekozen, hetzij een gevolg -
zodat eenzaamheid voortaan geen probléém is,
maar veeleer een kans, waarop liefhebben volgt.
Veel regen, wind en tegenslag
markeren een levensfase,
maar toch... dit is wat je weten mag:
de nood is niet het laatste.
Als angst, verdriet en eenzaamheid
je leven gaan beheersen,
mag je toch weten: er komt een tijd
van vrede - dat is het eerste.
De kleurenpracht die je ook ziet -
zelfs en juist in een tijd als deze -
wil zeggen: mens, vergeet toch niet
dat Ik bij jou wil wezen.
God gaf het teken van de boog,
een hoop in bange tijden.
Richt daarom steeds je blik omhoog
naar Hem die je wil bevrijden.
De herfst hoort er nu eenmaal bij
in het leven hier op aarde,
maar Jezus zegt: kom maar bij Mij,
die de zegekrans vergaarde.
Jarenlang lijk je gelukkig,
vreugde straalt je leven uit.
Toch... van binnen ben je nukkig,
je hart juicht lang niet zo luid.
Immers, je zit vast, gevangen
in een web van slevernij.
Ja, demonen, zij verlangen
van jou tol en razernij.
Maar dan leer je Jezus kennen,
roept Zijn hulp in in de strijd.
Eerst is het dan even wennen,
later komt een goede tijd.
Door Zijn bloed schenkt Hij genezing,
Hij bevrijdt je uit je cel.
Het is enkel door Zijn leiding
en Hij zegt: "Jij redt het wel!
Ik ben nu namelijk bij jou,
heb de prijs voor jou betaald.
Daarom, als jij nu maar volhoudt
wordt de krans door jou behaald."
Ik ben uw Kracht, uw Troost, uw Heil,
Al lijkt de nacht ook vol onheil,
Ik Ben er voor u altijd weer.
Ja, amen nu, Ik Ben uw Heer.
Zo spreekt God woorden tot ons hart,
die wij vaak hoorden. Maar verward
vragen wij ons soms toch nog af
wat in ons gonst, wat Hij ons gaf.
Verdriet is niet wat God bedoelt.
Immers, Hij ziet wat geen mens voelt.
Daarom is Hij juist wie Hij is:
Hij die bevrijdt uit duisternis.
Straks aan het einde wacht het licht.
Het is komende, is reeds in zicht
en spoedig zal het schijnen gaan.
De God van ’t heelal maakt al ruim baan!