BERT (3-9)
Dit is jouw rug niet zoals ik hem de afgelopen jaren heb gekend. Ik zie geen littekens van een operatie, maar je rug is als nieuw. Ik geloof niet in God, maar dit kan alleen maar een wonder zijn.
HUUG (27-8)
Op het moment dat ik de woonkamer binnenliep gebeurde er iets ongelofelijks met me. Het leek, in mijn beleving, of iemand daar mijn hart aanraakte en een zware steen van mijn hart wegnam.
INGRID (20-8)
Toen ik de artsen uitlegde dat God een grote rol speelde in mijn leven, bemoedigden zij mij met: “Blijf vertrouwen op God. Hij is de enige geneesheer en wij zijn alleen instrumenten van Hem".
HERMIEN (14-8)
Ik besefte toen dat het mijn eigen zonden waren die scheiding maakten tussen God en mij.
KLAAS (6-8)
mischien ben ik er nog niet klaar voor,
omdat ik mischien nog niet kan zien
dat ik in Jezus geloof.